|
(Vervolg) Faalangst bij kinderen
Betekenis van deze vormen van faalangst; 1. Cognitieve faalangst heeft te maken met leren op school. Als de angst voor een negatieve beoordeling van dit soort prestaties overheerst, spreken we van een cognitieve faalangst. 2. Sociale faalangst is de angst afgewezen of negatief beoordeeld te worden door groepen die belangrijk voor hem/haar zijn, bijvoorbeeld vrienden, klasgenoten, familie. Als deze angst om te mislukken overheerst, raak je sociale vaardigheid geblokkeerd. 3. Motorische faalangst is de angst die optreedt als je bang bent om fouten te maken bij het uitvoeren van een lichamelijke handelingen, waarbij door de angst de vaardigheid geblokkeerd raakt.
Er zijn ook nog mengvormen maar de bovenaan beschreven vormen zijn de meest voorkomende vormen van faalangst die ook in de training behandeld zullen worden.
Daarnaast is faalangst te onderscheiden in 1. Actieve faalangst en 2. Passieve faalangst.
Actieve faalangst kenmerkt zich door gedragingen die er op zijn gericht geen fouten te maken. Alles moet perfect zijn. Deze kinderen studeren overmatig met alle gevolgen van dien. Slaap tekort, geen sociale contacten, te weinig ontspanning waardoor er weer allerlei lichamelijke problemen ontstaan. Passieve faalangst kenmerkt zich door gedragingen die er op zijn gericht prestatiegerichte opdrachten te ontlopen, ontwijken. Deze kinderen studeren heel weinig. Hierdoor is er een aanwijsbare schuld en zijn niet zij degenen die te dom zijn om de opdracht goed te maken.
Wat zijn de verschijnselen van faalangst: 1. Kinderen met faalangst kunnen tijdens het leren voor een overhoring en of proefwerk hun gedachten er niet goed bijhouden. 2. Ze proberen de leerstof er zo in te stampen dat ze die zonder nadenken kunnen opdreunen. 3. Ze komen vooral in toetsweken moeilijk in slaap. 4. Ze kunnen last hebben van somatische klachten zoals buik- en of hoofdpijn. Sommige kinderen voelen zich misselijk voor het maken van de toets. 5. Ze kunnen vlak voor en aan het begin van de toets aan niets anders denken dan aan de komende mislukking. 6. Ze hebben veelal een negatief zelfbeeld. 7. Veel faalangstige kinderen vertonen "vermijdingsgedrag".
|
|